LONDEN – Na de conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering (COP27) in Egypte is het stof nu neergedaald, maar er zijn nog veel onbeantwoorde vragen over de financiering van emissiereducties en aanpassing. De wereld zal gevaarlijke niveaus van klimaatverandering niet kunnen voorkomen zonder een aanzienlijke toename van de investeringen in de ontwikkelingslanden. Als deze landen afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen en vuile technologieën, zullen zij de komende decennia de grootste bron van emissiegroei zijn.
Gelukkig kunnen dergelijke investeringen niet alleen de uitstoot verminderen en veerkracht opbouwen, maar ook een nieuwe vorm van groei en ontwikkeling bevorderen die veel aantrekkelijker is dan de vuile en destructieve paden uit het verleden. Het is daarom in het belang van de ontwikkelde landen om deze landen te helpen de transitie naar duurzame, inclusieve en veerkrachtige economieën te versnellen.
In opdracht van het Egyptische COP27-voorzitterschap en het Britse COP26-voorzitterschap hebben wij een onafhankelijke analyse gemaakt van de financiering die de ontwikkelingslanden (met uitzondering van China) tegen 2030 nodig zullen hebben om de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs te verwezenlijken. In ons verslag, dat in de eerste week van COP27 is gepubliceerd, wordt geconcludeerd dat de jaarlijkse investeringen van deze landen in klimaatmaatregelen onmiddellijk moeten toenemen, van ongeveer vijfhonderd miljard dollar in 2019 tot één biljoen dollar in 2025 en 2,4 biljoen dollar in 2030. Die investeringen zullen niet alleen het verdrag van Parijs waarmaken, maar ook deze nieuwe vorm van groei bevorderen en de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling dichterbij brengen.
Wij hebben drie investeringsprioriteiten vastgesteld. In de eerste plaats moet de financiering gaan naar het versnellen van de energietransformatie, met name de inzet van hernieuwbare energiebronnen, omdat dit essentieel is om de doelstellingen van het verdrag van Parijs binnen bereik te houden.
In de tweede plaats moeten we meer investeren in veerkracht om levens en bestaansmiddelen te beschermen – vooral onder de armste gemeenschappen ter wereld – tegen de steeds verwoestender gevolgen van de klimaatverandering, en in doeltreffende, naar behoren gefinancierde mechanismen voor de aanpak van verlies en schade (gedefinieerd als kosten die niet kunnen worden voorkomen door mitigatie of aanpassing). En in de derde plaats moeten we dringend de biodiversiteit vergroten en de ecosystemen waarvan we allemaal afhankelijk zijn in stand houden. Investeringen in de natuur leveren een essentiële bijdrage aan zowel het opbouwen van veerkracht als aan emissiereductie.
Ongeveer de helft van de financiering voor deze investeringen kan worden opgebracht uit binnenlandse publieke en particuliere bronnen in ontwikkelingslanden, en nog eens ongeveer één biljoen dollar per jaar kan uit externe bronnen komen. Hoewel publieke financieringsbronnen, intern en extern, essentieel zullen zijn, kan het grootste deel komen van de particuliere sector, die zal investeren om een aantrekkelijk rendement te halen uit de groeiende markt voor emissievrije en klimaatbestendige goederen en diensten, op voorwaarde dat de risicoʼs beperkt zijn en beheerd kunnen worden.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Een sterker partnerschap tussen de particuliere en de publieke sector kan nieuwe investeringsmogelijkheden ontsluiten, risicoʼs beheren, de kapitaalkosten verlagen en de nodige financiering op veel grotere schaal mobiliseren. Maar deze financiering moet uit de juiste bronnen komen, zoals filantropische stichtingen, de speciale trekkingsrechten van het Internationale Monetaire Fonds (de reservemunt van het IMF) of de verkoop van koolstofkredieten.
Bovendien moeten de subsidies en laagrentende leningen van de ontwikkelde landen toenemen van dertig miljard dollar in 2019 tot zestig miljard dollar in 2025. Deze financiering zal slechts een klein deel van de in totaal vereiste bedragen vertegenwoordigen, en moet zorgvuldig worden gericht op prioriteiten die geen aanzienlijke investeringen van de particuliere sector zullen aantrekken. Om dit in perspectief te plaatsen: zestig miljard dollar vertegenwoordigt slechts ongeveer 0,1 procent van de verwachte economische productie van de ontwikkelde landen in 2030, of ongeveer 0,7 procent van de negen biljoen dollar die de rijke landen de afgelopen twee jaar hebben uitgetrokken om de COVID-19 het hoofd te bieden.
Ten slotte spelen de Wereldbank en andere multilaterale ontwikkelingsbanken een cruciale rol bij het bereiken van de doelstellingen van Parijs. Hun jaarlijkse investeringen in klimaatmaatregelen zullen moeten verdrievoudigen naar honderdtachtig miljard dollar tegen 2025, tegenover ongeveer zestig miljard dollar nu, om de nodige cofinanciering met de particuliere sector te realiseren, in combinatie met steun voor publieke infrastructuur.
Het besluit van COP27 om nieuwe financieringsregelingen voor verlies en schade op te zetten, erkent dat de regeringen van de ontwikkelde landen extra moeten investeren om de ontwikkelingslanden te helpen de schade te beperken van vaker voorkomende en ernstigere extreme weersomstandigheden, de stijging van de zeespiegel, woestijnvorming en andere door het klimaat veroorzaakte problemen. Alle landen lijden reeds verlies en schade door de klimaatverandering, maar de sociale en economische gevolgen kunnen veel verwoestender zijn voor de ontwikkelingslanden, die niet alleen geconfronteerd worden met herstel- en wederopbouwkosten, maar ook met een ernstige daling van de economische productie, de werkgelegenheid en de levensstandaard.
Verlies en schade vergroten ook het risico dat mensen in kwetsbare en sterk blootgestelde delen van ontwikkelingslanden gedwongen worden te migreren, waardoor de sociale en politieke stabiliteit verder in gevaar komt. Als arme landen beter bestand zijn tegen klimaateffecten en daar sneller en effectiever van kunnen herstellen, kunnen zij meer investeren in koolstofarme ontwikkeling en vormen zij een minder groot risico voor de regionale en mondiale veiligheid en stabiliteit. Nogmaals, hoewel de ontwikkelingslanden lang en terecht hebben betoogd dat de rijke landen afzonderlijke financiering aan de ontwikkelingslanden moeten verstrekken, ter compensatie van het verlies en de schade in verband met emissies uit het verleden, is dit ook in het belang van de rijke landen.
De jaren twintig van deze eeuw zijn het cruciale decennium in de strijd tegen de klimaatverandering. Verder uitstel zou zeer gevaarlijk zijn. Maar alle landen zullen de transitie naar koolstofneutraliteit moeten bevorderen. De rijke wereld moet niet alleen veel meer doen om zijn eigen uitstoot te verminderen. Zij moet ook de financiering genereren die nodig is om anderen te helpen en de armere landen te beschermen tegen een probleem dat zij zelf niet hebben veroorzaakt.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Recent demonstrations in Gaza have pushed not only for an end to the war, but also for an end to Hamas's rule, thus echoing Israel's own stated objectives. Yet the Israeli government, consumed by its own internal politics, has barely acknowledged this unprecedentedly positive development.
underscores the unprecedented nature of recent demonstrations in the war-ravaged enclave.
“Agentic AI” represents a crossroads. While AI could be a good adviser to humans – furnishing us with useful, reliable, and relevant information in real time – autonomous AI agents are likely to usher in many foreseeable problems, while eroding many of the gains that the technology might have offered.
sees a technological crossroads ahead – and argues that one path should not be taken.
LONDEN – Na de conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering (COP27) in Egypte is het stof nu neergedaald, maar er zijn nog veel onbeantwoorde vragen over de financiering van emissiereducties en aanpassing. De wereld zal gevaarlijke niveaus van klimaatverandering niet kunnen voorkomen zonder een aanzienlijke toename van de investeringen in de ontwikkelingslanden. Als deze landen afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen en vuile technologieën, zullen zij de komende decennia de grootste bron van emissiegroei zijn.
Gelukkig kunnen dergelijke investeringen niet alleen de uitstoot verminderen en veerkracht opbouwen, maar ook een nieuwe vorm van groei en ontwikkeling bevorderen die veel aantrekkelijker is dan de vuile en destructieve paden uit het verleden. Het is daarom in het belang van de ontwikkelde landen om deze landen te helpen de transitie naar duurzame, inclusieve en veerkrachtige economieën te versnellen.
In opdracht van het Egyptische COP27-voorzitterschap en het Britse COP26-voorzitterschap hebben wij een onafhankelijke analyse gemaakt van de financiering die de ontwikkelingslanden (met uitzondering van China) tegen 2030 nodig zullen hebben om de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs te verwezenlijken. In ons verslag, dat in de eerste week van COP27 is gepubliceerd, wordt geconcludeerd dat de jaarlijkse investeringen van deze landen in klimaatmaatregelen onmiddellijk moeten toenemen, van ongeveer vijfhonderd miljard dollar in 2019 tot één biljoen dollar in 2025 en 2,4 biljoen dollar in 2030. Die investeringen zullen niet alleen het verdrag van Parijs waarmaken, maar ook deze nieuwe vorm van groei bevorderen en de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling dichterbij brengen.
Wij hebben drie investeringsprioriteiten vastgesteld. In de eerste plaats moet de financiering gaan naar het versnellen van de energietransformatie, met name de inzet van hernieuwbare energiebronnen, omdat dit essentieel is om de doelstellingen van het verdrag van Parijs binnen bereik te houden.
In de tweede plaats moeten we meer investeren in veerkracht om levens en bestaansmiddelen te beschermen – vooral onder de armste gemeenschappen ter wereld – tegen de steeds verwoestender gevolgen van de klimaatverandering, en in doeltreffende, naar behoren gefinancierde mechanismen voor de aanpak van verlies en schade (gedefinieerd als kosten die niet kunnen worden voorkomen door mitigatie of aanpassing). En in de derde plaats moeten we dringend de biodiversiteit vergroten en de ecosystemen waarvan we allemaal afhankelijk zijn in stand houden. Investeringen in de natuur leveren een essentiële bijdrage aan zowel het opbouwen van veerkracht als aan emissiereductie.
Ongeveer de helft van de financiering voor deze investeringen kan worden opgebracht uit binnenlandse publieke en particuliere bronnen in ontwikkelingslanden, en nog eens ongeveer één biljoen dollar per jaar kan uit externe bronnen komen. Hoewel publieke financieringsbronnen, intern en extern, essentieel zullen zijn, kan het grootste deel komen van de particuliere sector, die zal investeren om een aantrekkelijk rendement te halen uit de groeiende markt voor emissievrije en klimaatbestendige goederen en diensten, op voorwaarde dat de risicoʼs beperkt zijn en beheerd kunnen worden.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Een sterker partnerschap tussen de particuliere en de publieke sector kan nieuwe investeringsmogelijkheden ontsluiten, risicoʼs beheren, de kapitaalkosten verlagen en de nodige financiering op veel grotere schaal mobiliseren. Maar deze financiering moet uit de juiste bronnen komen, zoals filantropische stichtingen, de speciale trekkingsrechten van het Internationale Monetaire Fonds (de reservemunt van het IMF) of de verkoop van koolstofkredieten.
Bovendien moeten de subsidies en laagrentende leningen van de ontwikkelde landen toenemen van dertig miljard dollar in 2019 tot zestig miljard dollar in 2025. Deze financiering zal slechts een klein deel van de in totaal vereiste bedragen vertegenwoordigen, en moet zorgvuldig worden gericht op prioriteiten die geen aanzienlijke investeringen van de particuliere sector zullen aantrekken. Om dit in perspectief te plaatsen: zestig miljard dollar vertegenwoordigt slechts ongeveer 0,1 procent van de verwachte economische productie van de ontwikkelde landen in 2030, of ongeveer 0,7 procent van de negen biljoen dollar die de rijke landen de afgelopen twee jaar hebben uitgetrokken om de COVID-19 het hoofd te bieden.
Ten slotte spelen de Wereldbank en andere multilaterale ontwikkelingsbanken een cruciale rol bij het bereiken van de doelstellingen van Parijs. Hun jaarlijkse investeringen in klimaatmaatregelen zullen moeten verdrievoudigen naar honderdtachtig miljard dollar tegen 2025, tegenover ongeveer zestig miljard dollar nu, om de nodige cofinanciering met de particuliere sector te realiseren, in combinatie met steun voor publieke infrastructuur.
Het besluit van COP27 om nieuwe financieringsregelingen voor verlies en schade op te zetten, erkent dat de regeringen van de ontwikkelde landen extra moeten investeren om de ontwikkelingslanden te helpen de schade te beperken van vaker voorkomende en ernstigere extreme weersomstandigheden, de stijging van de zeespiegel, woestijnvorming en andere door het klimaat veroorzaakte problemen. Alle landen lijden reeds verlies en schade door de klimaatverandering, maar de sociale en economische gevolgen kunnen veel verwoestender zijn voor de ontwikkelingslanden, die niet alleen geconfronteerd worden met herstel- en wederopbouwkosten, maar ook met een ernstige daling van de economische productie, de werkgelegenheid en de levensstandaard.
Verlies en schade vergroten ook het risico dat mensen in kwetsbare en sterk blootgestelde delen van ontwikkelingslanden gedwongen worden te migreren, waardoor de sociale en politieke stabiliteit verder in gevaar komt. Als arme landen beter bestand zijn tegen klimaateffecten en daar sneller en effectiever van kunnen herstellen, kunnen zij meer investeren in koolstofarme ontwikkeling en vormen zij een minder groot risico voor de regionale en mondiale veiligheid en stabiliteit. Nogmaals, hoewel de ontwikkelingslanden lang en terecht hebben betoogd dat de rijke landen afzonderlijke financiering aan de ontwikkelingslanden moeten verstrekken, ter compensatie van het verlies en de schade in verband met emissies uit het verleden, is dit ook in het belang van de rijke landen.
De jaren twintig van deze eeuw zijn het cruciale decennium in de strijd tegen de klimaatverandering. Verder uitstel zou zeer gevaarlijk zijn. Maar alle landen zullen de transitie naar koolstofneutraliteit moeten bevorderen. De rijke wereld moet niet alleen veel meer doen om zijn eigen uitstoot te verminderen. Zij moet ook de financiering genereren die nodig is om anderen te helpen en de armere landen te beschermen tegen een probleem dat zij zelf niet hebben veroorzaakt.
Vertaling: Menno Grootveld