LONDEN/MONROVIA/KIGALI – Geen land is de impact van COVID-19 bespaard gebleven. Maar sommige landen – ʼs werelds meest ʻfragiele statenʼ – worden geconfronteerd met een bijzonder moeilijke reeks uitdagingen. Vóór de pandemie werden Jemen, Soedan, Haïti, Sierra Leone, Myanmar, Afghanistan, Venezuela en andere worstelende landen al geplaagd door armoede, conflicten, corruptie en slecht bestuur. Nu zorgen deze factoren ervoor dat ze bijzonder slecht zijn toegerust om de COVID-19-crisis aan te pakken.
Wat ieder land nodig heeft om zich tegen een pandemie te kunnen wapenen is precies wat fragiele staten ontberen: een overheid met het institutionele vermogen om een alomvattend actieplan te bedenken en op te leveren, beschikkend over effectieve politie-eenheden om de regels af te dwingen, sociale programmaʼs om geld en middelen te leveren, en gezondheidszorgdiensten om voor de geïnfecteerden te zorgen.
Op het gebied van de volksgezondheid is het gebrek aan staatscapaciteit onmiddellijk zichtbaar. Waar Europa vierduizend intensive care-bedden per miljoen inwoners heeft, hebben veel delen van Afrika er slechts vijf per miljoen inwoners. Mali heeft slechts drie beademingsapparaten voor het hele land.
Een effectieve respons vergt ook vertrouwen in de overheid. Maar naast de schaarse capaciteit ontberen overheden in de meeste fragiele staten ook legitimiteit bij het volk. In landen die aan het herstellen zijn van conflicten of die verscheurd worden door corruptie zullen veel mensen zelfs niet bereid zijn een regering te volgen die capabel blijkt om leiding te geven.
Een krachtige particuliere sector is ook een noodzakelijke component van effectieve, veerkrachtige staten. Mensen moeten in staat zijn om te werken om hun gezinnen te onderhouden, en overheden moeten belastinginkomsten genereren om degenen te helpen die dat niet kunnen. Niettemin ontberen fragiele staten doorgaans de formele economie waardoor zij in deze behoeften kunnen voorzien.
In een eerder stadium van de crisis bestond de hoop dat sommige fragiele staten zouden kunnen ontsnappen aan de ergste gevolgen voor de gezondheid van COVID-19, dankzij de jonge gemiddelde leeftijd van hun bevolking en hun isolement. Maar vanuit ons perspectief als de mede-voorzitters van de nieuwe Council on State Fragility is dit niet het geval geweest. De afgelopen weken hebben Soedan, Zuid-Soedan, Somalië en Jemen allemaal te maken gekregen met besmettings- en sterftecijfers die wedijveren met die van meer ontwikkelde landen die het eerst door het coronavirus werden getroffen.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Erger nog: de economische impact van de pandemie zal fragiele staten beslist harder treffen, niet alleen als gevolg van interne lockdowns, maar ook door wat er in het buitenland gebeurt. De handel met landen als China is enorm teruggelopen, de inkomsten uit gelden die door mensen die in het buitenland werken naar hun familieleden thuis worden overgemaakt zijn ingestort, en de verliezen lopen sterk op. Omdat fragiele staten voor een groot deel van hun voedsel afhankelijk zijn van importen is er nu steeds meer sprake van ʻhongerʼ en zelfs van ʻhongersnood.ʼ
We zouden nu moeten weten dat de problemen van arme landen de neiging hebben wereldproblemen te worden, of dat nu is in de vorm van massamigratie, georganiseerde misdaad, terrorisme of economische overloopeffecten. Gezien het feit dat de helft van de armen in de wereld in 2030 in fragiele staten zal leven, zullen deze problemen verder escaleren.
Dat is de reden dat de Council on State Fragility er een topprioriteit van heeft gemaakt om de aandacht te vestigen op de unieke uitdagingen waar deze landen voor staan. De raad, die bestaat uit voormalige wereldleiders, ministers, diplomaten, figuren uit het bedrijfsleven, wetenschappers en de hoofden van ontwikkelingsorganisaties, zal geavanceerd onderzoek combineren met gedetailleerde beleidskennis om de mondiale en nationale beslissers te beïnvloeden die zullen bepalen hoe fragiele staten door deze crisis heen zullen komen en hoe zij hun bredere en diepere problemen kunnen aanpakken.
Decentralisering, aanpassingsvermogen en het slimme gebruik van data zullen hierbij cruciaal zijn. Er zijn bijvoorbeeld veel aanwijzingen dat een ʻslimme indammingʼ van lokale uitbraken dikwijls effectiever is dan lockdowns van hele landen. Dergelijke inzichten kunnen van cruciaal belang blijken in fragiele staten. Maar we moeten snel tot handelen overgaan voordat de acute fase van de pandemie in het westen ten einde komt en het gevoel van urgentie daar vervliegt.
We hebben vijf aanbevelingen. In de eerste plaats moeten sociale vangnetten eenvoudig en snel zijn. Dat zal soms universele ontvankelijkheid betekenen, in plaats van nauwkeurige selectie. Mobieletelefonie-netwerken moeten worden gebruikt om bewijsmateriaal te vergaren over de huidige behoeften, en om kleine, regelmatige (zij het tijdgebonden) betalingen te doen.
In de tweede plaats moet de binnenlandse voedselproductie worden gestimuleerd. In Sierra Leone werd vroeger bijvoorbeeld rijst verbouwd, maar het land is de afgelopen decennia steeds afhankelijker geworden van importen. In bredere zin beschikt Afrika over 60% van de ongebruikte landbouwgrond in de wereld. De pogingen om op lokale schaal basisgewassen te verbouwen kunnen en moeten snel en substantieel worden opgeschaald.
In de derde plaats moet de internationale gemeenschap, wanneer er een vaccin beschikbaar komt, garanderen dat fragiele staten niet uit de markt worden gedrukt door rijkere landen. Als de dreiging een besmettelijke ziekteverwekker is, is geen enkel land veilig als niet alle landen veilig zijn. We moeten de productie van meerdere vaccins stimuleren en versnellen om te zorgen voor de snelle, wijdverbreide distributie ervan.
In de vierde plaats hebben bedrijven in fragiele staten behoefte aan rechtstreekse steun. Zoals de beste ontwikkelingsfinancieringsinstellingen weten worden kleine bedrijfjes in armere landen vaak over het hoofd gezien, waardoor ze dikwijls te maken krijgen met de perverse gevolgen van bredere doelstellingen en regels (omdat het makkelijker is om een doel te bereiken door in grote projecten in grote landen te investeren). Maar het zijn juist deze kleinere ondernemingen die meer investeringen verdienen.
Tenslotte moet de G20 méér doen om zwaar in de schulden zittende fragiele staten te ondersteunen, die worden gedwongen om te kiezen tussen het afbetalen van hun buitenlandse crediteuren en het redden van hun eigen inwoners. Van de landen die bilaterale ontwikkelingshulp ontvangen wordt verwacht dat zij alleen al dit jaar ongeveer $40 mrd aflossen aan publieke en particuliere crediteuren.
Om deze klap voor hun begrotingen te voorkomen, roepen wij alle G20-leden op om zich te verplichten tot schuldenmoratoria, niet slechts tot volgend jaar, maar voor de hele duur van de crisis. Bovendien is het van cruciaal belang dat alle fragiele staten noodfinanciering veiligstellen om de pogingen te ondersteunen om COVID-19 aan banden te leggen en de economische impact ervan te verzachten – inclusief landen die normaliter niet in aanmerking komen voor financiering door de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds.
COVID-19 zal bestaande wonden in alle fragiele staten van de wereld verdiepen. Maar met snelle mondiale actie kunnen we de ergste gevolgen van de pandemie verzachten. Als er één ding is dat we van deze crisis hebben geleerd, is het dat levens en bestaansmiddelen zullen worden gered als we sneller bewegen dan het virus.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Donald Trump’s attempt to reindustrialize the US economy by eliminating trade deficits will undoubtedly cause pain and disruption on a massive scale. But it is important to remember that both major US political parties have abandoned free trade in pursuit of similar goals.
argues that America’s protectionist policies reflect a global economic reordering that was already underway.
Donald Trump and Elon Musk's reign of disruption is crippling research universities’ ability to serve as productive partners in innovation, thus threatening the very system that they purport to celebrate. The Chinese, who are increasingly becoming frontier innovators in their own right, will be forever grateful.
warns that the pillars of US dynamism and competitiveness are being systematically toppled.
LONDEN/MONROVIA/KIGALI – Geen land is de impact van COVID-19 bespaard gebleven. Maar sommige landen – ʼs werelds meest ʻfragiele statenʼ – worden geconfronteerd met een bijzonder moeilijke reeks uitdagingen. Vóór de pandemie werden Jemen, Soedan, Haïti, Sierra Leone, Myanmar, Afghanistan, Venezuela en andere worstelende landen al geplaagd door armoede, conflicten, corruptie en slecht bestuur. Nu zorgen deze factoren ervoor dat ze bijzonder slecht zijn toegerust om de COVID-19-crisis aan te pakken.
Wat ieder land nodig heeft om zich tegen een pandemie te kunnen wapenen is precies wat fragiele staten ontberen: een overheid met het institutionele vermogen om een alomvattend actieplan te bedenken en op te leveren, beschikkend over effectieve politie-eenheden om de regels af te dwingen, sociale programmaʼs om geld en middelen te leveren, en gezondheidszorgdiensten om voor de geïnfecteerden te zorgen.
Op het gebied van de volksgezondheid is het gebrek aan staatscapaciteit onmiddellijk zichtbaar. Waar Europa vierduizend intensive care-bedden per miljoen inwoners heeft, hebben veel delen van Afrika er slechts vijf per miljoen inwoners. Mali heeft slechts drie beademingsapparaten voor het hele land.
Een effectieve respons vergt ook vertrouwen in de overheid. Maar naast de schaarse capaciteit ontberen overheden in de meeste fragiele staten ook legitimiteit bij het volk. In landen die aan het herstellen zijn van conflicten of die verscheurd worden door corruptie zullen veel mensen zelfs niet bereid zijn een regering te volgen die capabel blijkt om leiding te geven.
Een krachtige particuliere sector is ook een noodzakelijke component van effectieve, veerkrachtige staten. Mensen moeten in staat zijn om te werken om hun gezinnen te onderhouden, en overheden moeten belastinginkomsten genereren om degenen te helpen die dat niet kunnen. Niettemin ontberen fragiele staten doorgaans de formele economie waardoor zij in deze behoeften kunnen voorzien.
In een eerder stadium van de crisis bestond de hoop dat sommige fragiele staten zouden kunnen ontsnappen aan de ergste gevolgen voor de gezondheid van COVID-19, dankzij de jonge gemiddelde leeftijd van hun bevolking en hun isolement. Maar vanuit ons perspectief als de mede-voorzitters van de nieuwe Council on State Fragility is dit niet het geval geweest. De afgelopen weken hebben Soedan, Zuid-Soedan, Somalië en Jemen allemaal te maken gekregen met besmettings- en sterftecijfers die wedijveren met die van meer ontwikkelde landen die het eerst door het coronavirus werden getroffen.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Erger nog: de economische impact van de pandemie zal fragiele staten beslist harder treffen, niet alleen als gevolg van interne lockdowns, maar ook door wat er in het buitenland gebeurt. De handel met landen als China is enorm teruggelopen, de inkomsten uit gelden die door mensen die in het buitenland werken naar hun familieleden thuis worden overgemaakt zijn ingestort, en de verliezen lopen sterk op. Omdat fragiele staten voor een groot deel van hun voedsel afhankelijk zijn van importen is er nu steeds meer sprake van ʻhongerʼ en zelfs van ʻhongersnood.ʼ
We zouden nu moeten weten dat de problemen van arme landen de neiging hebben wereldproblemen te worden, of dat nu is in de vorm van massamigratie, georganiseerde misdaad, terrorisme of economische overloopeffecten. Gezien het feit dat de helft van de armen in de wereld in 2030 in fragiele staten zal leven, zullen deze problemen verder escaleren.
Dat is de reden dat de Council on State Fragility er een topprioriteit van heeft gemaakt om de aandacht te vestigen op de unieke uitdagingen waar deze landen voor staan. De raad, die bestaat uit voormalige wereldleiders, ministers, diplomaten, figuren uit het bedrijfsleven, wetenschappers en de hoofden van ontwikkelingsorganisaties, zal geavanceerd onderzoek combineren met gedetailleerde beleidskennis om de mondiale en nationale beslissers te beïnvloeden die zullen bepalen hoe fragiele staten door deze crisis heen zullen komen en hoe zij hun bredere en diepere problemen kunnen aanpakken.
Decentralisering, aanpassingsvermogen en het slimme gebruik van data zullen hierbij cruciaal zijn. Er zijn bijvoorbeeld veel aanwijzingen dat een ʻslimme indammingʼ van lokale uitbraken dikwijls effectiever is dan lockdowns van hele landen. Dergelijke inzichten kunnen van cruciaal belang blijken in fragiele staten. Maar we moeten snel tot handelen overgaan voordat de acute fase van de pandemie in het westen ten einde komt en het gevoel van urgentie daar vervliegt.
We hebben vijf aanbevelingen. In de eerste plaats moeten sociale vangnetten eenvoudig en snel zijn. Dat zal soms universele ontvankelijkheid betekenen, in plaats van nauwkeurige selectie. Mobieletelefonie-netwerken moeten worden gebruikt om bewijsmateriaal te vergaren over de huidige behoeften, en om kleine, regelmatige (zij het tijdgebonden) betalingen te doen.
In de tweede plaats moet de binnenlandse voedselproductie worden gestimuleerd. In Sierra Leone werd vroeger bijvoorbeeld rijst verbouwd, maar het land is de afgelopen decennia steeds afhankelijker geworden van importen. In bredere zin beschikt Afrika over 60% van de ongebruikte landbouwgrond in de wereld. De pogingen om op lokale schaal basisgewassen te verbouwen kunnen en moeten snel en substantieel worden opgeschaald.
In de derde plaats moet de internationale gemeenschap, wanneer er een vaccin beschikbaar komt, garanderen dat fragiele staten niet uit de markt worden gedrukt door rijkere landen. Als de dreiging een besmettelijke ziekteverwekker is, is geen enkel land veilig als niet alle landen veilig zijn. We moeten de productie van meerdere vaccins stimuleren en versnellen om te zorgen voor de snelle, wijdverbreide distributie ervan.
In de vierde plaats hebben bedrijven in fragiele staten behoefte aan rechtstreekse steun. Zoals de beste ontwikkelingsfinancieringsinstellingen weten worden kleine bedrijfjes in armere landen vaak over het hoofd gezien, waardoor ze dikwijls te maken krijgen met de perverse gevolgen van bredere doelstellingen en regels (omdat het makkelijker is om een doel te bereiken door in grote projecten in grote landen te investeren). Maar het zijn juist deze kleinere ondernemingen die meer investeringen verdienen.
Tenslotte moet de G20 méér doen om zwaar in de schulden zittende fragiele staten te ondersteunen, die worden gedwongen om te kiezen tussen het afbetalen van hun buitenlandse crediteuren en het redden van hun eigen inwoners. Van de landen die bilaterale ontwikkelingshulp ontvangen wordt verwacht dat zij alleen al dit jaar ongeveer $40 mrd aflossen aan publieke en particuliere crediteuren.
Om deze klap voor hun begrotingen te voorkomen, roepen wij alle G20-leden op om zich te verplichten tot schuldenmoratoria, niet slechts tot volgend jaar, maar voor de hele duur van de crisis. Bovendien is het van cruciaal belang dat alle fragiele staten noodfinanciering veiligstellen om de pogingen te ondersteunen om COVID-19 aan banden te leggen en de economische impact ervan te verzachten – inclusief landen die normaliter niet in aanmerking komen voor financiering door de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds.
COVID-19 zal bestaande wonden in alle fragiele staten van de wereld verdiepen. Maar met snelle mondiale actie kunnen we de ergste gevolgen van de pandemie verzachten. Als er één ding is dat we van deze crisis hebben geleerd, is het dat levens en bestaansmiddelen zullen worden gered als we sneller bewegen dan het virus.
Vertaling: Menno Grootveld