LONDEN – De COVID-19-pandemie, de toenemende armoede en ongelijkheid in de wereld, aanhoudende conflicten en de escalerende klimaat- en biodiversiteitscrises zijn schokken en spanningen die samen bijdragen tot steeds meer honger en steeds meer voedsel- en voedingsonzekerheid. Om dit dringende probleem doeltreffender te helpen aanpakken en het mondiale voedselsysteem stabieler en veerkrachtiger te maken, moeten regeringen overwegen een nieuwe, multilaterale, door de Verenigde Naties geleide Raad voor de Stabiliteit van de Voedselsystemen (Food Systems Stability Board - FSSB) op te richten.
Vandaag gaan tussen de 720 miljoen en 811 miljoen mensen – ongeveer 10 procent van de wereldbevolking – elke nacht met honger naar bed, en minstens 2,4 miljard mensen hebben geen toegang tot een gezonde en voedzame voeding. Zonder belangrijke internationale actie zullen deze trends waarschijnlijk aanhouden. Uit het laatste rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering blijkt dat de gevolgen van de opwarming van de aarde geen regio onberoerd hebben gelaten, met aanzienlijke gevolgen voor het voedselsysteem in de komende decennia.
Voedselsystemen liggen aan de basis van de veiligheid van de wereldeconomie en ook van de nationale veiligheid in vele landen: honger en gebrek aan toegang tot voedsel hebben in het verleden tot onrust onder de burgerbevolking geleid. Deze systemen behoren ook tot de belangrijkste aanjagers van ecosysteemverlies en klimaatverandering, waarbij landbouw en veranderingen in landgebruik verantwoordelijk zijn voor een kwart van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd zijn ecosystemen zoals bossen, mangroves en de oceaan van cruciaal belang voor de inspanningen van de mensheid om zich aan te passen aan de klimaatveranderingen die reeds aan de gang zijn.
Om de veerkracht van het mondiale voedselsysteem op lange termijn te waarborgen, is een aanzienlijke multilaterale samenwerkingsinspanning vereist. Daarbij moet worden voortgebouwd op bestaande structuren en instellingen zoals het Committee on World Food Security, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, het World Food Programme en de Wereldbank. Het vergt ook de gezamenlijke aandacht van de staatshoofden en regeringsleiders, de ministers van Financiën en de leiders van de multilaterale financiële instellingen.
Een viertal internationale bijeenkomsten – de VN-top over voedselsystemen in september 2021, de G20-top in oktober, de VN-klimaatconferentie (COP26) in november, en de top over Voeding voor Groei die in december door de Japanse regering wordt georganiseerd – biedt een zeldzame kans om de internationale aandacht te richten op de honger- en voedselzekerheidscrisis, en de verbanden daarvan met het veranderende klimaat. Elk van deze bijeenkomsten zou het pad kunnen effenen voor de oprichting van een FSSB van nationale regeringen en internationale organisaties die zich met deze kwestie bezighouden. Dit zou deel kunnen uitmaken van een bredere mondiale inspanning om het beheer van de voedselvoorziening te verbeteren en – in de woorden van de regering van Indonesië, die in 2022 het voorzitterschap van de G20 zal bekleden – een ʻrechtvaardige en betaalbare transitie naar een netto-nuluitstootʼ tot stand te brengen.
Bovendien is er een bemoedigend precedent voor een dergelijk orgaan. De Raad voor financiële stabiliteit (Financial Stability Board – FSB), die in april 2009 door de ministers van Financiën van de G20 is opgericht om een herhaling van de mondiale financiële crisis van 2008 te voorkomen, heeft een positieve bijdrage geleverd aan de wereldwijde macro-economische stabiliteit en is nu een gezaghebbend, onafhankelijk en gerespecteerd orgaan. De bevindingen ervan zijn rechtstreeks van invloed op de besluitvorming van de ministers van Financiën van de G20, alsook op die van de hoofden van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Op soortgelijke wijze zou een op te richten FSSB worden belast met het bevorderen van de gezondheid en veerkracht van het mondiale voedselsysteem, onder meer door kwesties als prijsstabiliteit, handel, strategische reserves en de gevolgen van de klimaatverandering voor de productie aan te pakken. De raad zou de nationale soevereiniteit volledig respecteren en geen juridisch bindende aanbevelingen doen. Wel zou de raad geloofwaardige adviezen geven aan regeringen over de manier waarop zij een voedselsysteem kunnen opbouwen dat beter bestand is tegen toekomstige schokken en wereldwijd een betere toegang tot voedzaam voedsel kan waarborgen.
Hoewel de regeringen moeten beslissen over de precieze werkingssfeer, structuur en samenstelling van een FSSB, denken wij dat het orgaan op verschillende manieren een nuttige rol kan spelen. Het zou bijvoorbeeld vroegtijdige waarschuwingssystemen en risicomodelleringsgegevens over honger, landbouw en klimaat kunnen analyseren, onder meer afkomstig uit de bestaande Agricultural Market Information System database. Het zou ook de Wereldhandelsorganisatie en nationale regeringen kunnen adviseren over het voedselgerelateerde handelsbeleid, en landen kunnen helpen om in te spelen op de veranderende marktdynamiek en een volatiel klimaat.
Daarnaast zou de FSSB landen kunnen ondersteunen en in staat kunnen stellen om vrijwillig vijfjarige risicobeoordelingen van het voedselsysteem en veerkrachtplannen in te dienen. Ook zou de FSSB kennis kunnen verzamelen en delen over de kwetsbaarheden van de wereldvoedselhandel, bijvoorbeeld in verband met klimaatverandering, conflicten, gebrek aan gewasdiversiteit, verlies van bestuivers en andere bedreigingen, en de regelgevings-, toezichts- en vrijwillige maatregelen kunnen inventariseren en evalueren die nodig zijn om deze aan te pakken.
De FSSB zou de rampenplanning voor grensoverschrijdend crisisbeheer kunnen ondersteunen, vooral met betrekking tot systeemrelevante voedselgewassen of gebieden die in het bijzonder worden getroffen door klimaatkwetsbaarheid, biodiversiteitsverlies en/of toekomstige pandemieën. Ten slotte zou de raad kunnen samenwerken met het IMF om meer rekening te kunnen houden met risicoʼs in verband met klimaat, biodiversiteit en voedsel- en landgebruiksystemen in het kader van het reguliere artikel IV-overleg van het Fonds met de lidstaten.
De FSSB zou kunnen bestaan uit relevante nationale vertegenwoordigers van de ministeries van Landbouw en Plattelandszaken, Handel en Commercie, Volksgezondheid, Milieu en Financiën, alsook uit internationale normstellers en vooraanstaande wetenschappers op het gebied van de risicoʼs van de mondiale voedselsystemen. Net als bij de FSB zouden de lidstaten, met inbegrip van de regeringsleiders, de ministers van Financiën en andere portefeuillehouders, tot de doelgroep van de instelling behoren.
De huidige afwezigheid van een FSSB is een opmerkelijke lacune in de internationale bestuursstructuur die nodig is om de duurzaamheid, rechtvaardigheid en veerkracht van het mondiale voedselsysteem in de 21e eeuw en daarna te versterken. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN en de VN-top over voedselsystemen – die beide in september plaatsvinden – zouden de regeringen kunnen afspreken een consultatieproces van een jaar op gang te brengen om de oprichting van een dergelijk orgaan te onderzoeken. Op die manier zouden zij kunnen bijdragen aan een betere toekomst voor honderden miljoenen kwetsbare mensen – en zouden zij de toegang tot voedsel en voedselzekerheid voor iedereen kunnen waarborgen.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
LONDEN – De COVID-19-pandemie, de toenemende armoede en ongelijkheid in de wereld, aanhoudende conflicten en de escalerende klimaat- en biodiversiteitscrises zijn schokken en spanningen die samen bijdragen tot steeds meer honger en steeds meer voedsel- en voedingsonzekerheid. Om dit dringende probleem doeltreffender te helpen aanpakken en het mondiale voedselsysteem stabieler en veerkrachtiger te maken, moeten regeringen overwegen een nieuwe, multilaterale, door de Verenigde Naties geleide Raad voor de Stabiliteit van de Voedselsystemen (Food Systems Stability Board - FSSB) op te richten.
Vandaag gaan tussen de 720 miljoen en 811 miljoen mensen – ongeveer 10 procent van de wereldbevolking – elke nacht met honger naar bed, en minstens 2,4 miljard mensen hebben geen toegang tot een gezonde en voedzame voeding. Zonder belangrijke internationale actie zullen deze trends waarschijnlijk aanhouden. Uit het laatste rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering blijkt dat de gevolgen van de opwarming van de aarde geen regio onberoerd hebben gelaten, met aanzienlijke gevolgen voor het voedselsysteem in de komende decennia.
Voedselsystemen liggen aan de basis van de veiligheid van de wereldeconomie en ook van de nationale veiligheid in vele landen: honger en gebrek aan toegang tot voedsel hebben in het verleden tot onrust onder de burgerbevolking geleid. Deze systemen behoren ook tot de belangrijkste aanjagers van ecosysteemverlies en klimaatverandering, waarbij landbouw en veranderingen in landgebruik verantwoordelijk zijn voor een kwart van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd zijn ecosystemen zoals bossen, mangroves en de oceaan van cruciaal belang voor de inspanningen van de mensheid om zich aan te passen aan de klimaatveranderingen die reeds aan de gang zijn.
Om de veerkracht van het mondiale voedselsysteem op lange termijn te waarborgen, is een aanzienlijke multilaterale samenwerkingsinspanning vereist. Daarbij moet worden voortgebouwd op bestaande structuren en instellingen zoals het Committee on World Food Security, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, het World Food Programme en de Wereldbank. Het vergt ook de gezamenlijke aandacht van de staatshoofden en regeringsleiders, de ministers van Financiën en de leiders van de multilaterale financiële instellingen.
Een viertal internationale bijeenkomsten – de VN-top over voedselsystemen in september 2021, de G20-top in oktober, de VN-klimaatconferentie (COP26) in november, en de top over Voeding voor Groei die in december door de Japanse regering wordt georganiseerd – biedt een zeldzame kans om de internationale aandacht te richten op de honger- en voedselzekerheidscrisis, en de verbanden daarvan met het veranderende klimaat. Elk van deze bijeenkomsten zou het pad kunnen effenen voor de oprichting van een FSSB van nationale regeringen en internationale organisaties die zich met deze kwestie bezighouden. Dit zou deel kunnen uitmaken van een bredere mondiale inspanning om het beheer van de voedselvoorziening te verbeteren en – in de woorden van de regering van Indonesië, die in 2022 het voorzitterschap van de G20 zal bekleden – een ʻrechtvaardige en betaalbare transitie naar een netto-nuluitstootʼ tot stand te brengen.
Bovendien is er een bemoedigend precedent voor een dergelijk orgaan. De Raad voor financiële stabiliteit (Financial Stability Board – FSB), die in april 2009 door de ministers van Financiën van de G20 is opgericht om een herhaling van de mondiale financiële crisis van 2008 te voorkomen, heeft een positieve bijdrage geleverd aan de wereldwijde macro-economische stabiliteit en is nu een gezaghebbend, onafhankelijk en gerespecteerd orgaan. De bevindingen ervan zijn rechtstreeks van invloed op de besluitvorming van de ministers van Financiën van de G20, alsook op die van de hoofden van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Op soortgelijke wijze zou een op te richten FSSB worden belast met het bevorderen van de gezondheid en veerkracht van het mondiale voedselsysteem, onder meer door kwesties als prijsstabiliteit, handel, strategische reserves en de gevolgen van de klimaatverandering voor de productie aan te pakken. De raad zou de nationale soevereiniteit volledig respecteren en geen juridisch bindende aanbevelingen doen. Wel zou de raad geloofwaardige adviezen geven aan regeringen over de manier waarop zij een voedselsysteem kunnen opbouwen dat beter bestand is tegen toekomstige schokken en wereldwijd een betere toegang tot voedzaam voedsel kan waarborgen.
Hoewel de regeringen moeten beslissen over de precieze werkingssfeer, structuur en samenstelling van een FSSB, denken wij dat het orgaan op verschillende manieren een nuttige rol kan spelen. Het zou bijvoorbeeld vroegtijdige waarschuwingssystemen en risicomodelleringsgegevens over honger, landbouw en klimaat kunnen analyseren, onder meer afkomstig uit de bestaande Agricultural Market Information System database. Het zou ook de Wereldhandelsorganisatie en nationale regeringen kunnen adviseren over het voedselgerelateerde handelsbeleid, en landen kunnen helpen om in te spelen op de veranderende marktdynamiek en een volatiel klimaat.
Daarnaast zou de FSSB landen kunnen ondersteunen en in staat kunnen stellen om vrijwillig vijfjarige risicobeoordelingen van het voedselsysteem en veerkrachtplannen in te dienen. Ook zou de FSSB kennis kunnen verzamelen en delen over de kwetsbaarheden van de wereldvoedselhandel, bijvoorbeeld in verband met klimaatverandering, conflicten, gebrek aan gewasdiversiteit, verlies van bestuivers en andere bedreigingen, en de regelgevings-, toezichts- en vrijwillige maatregelen kunnen inventariseren en evalueren die nodig zijn om deze aan te pakken.
De FSSB zou de rampenplanning voor grensoverschrijdend crisisbeheer kunnen ondersteunen, vooral met betrekking tot systeemrelevante voedselgewassen of gebieden die in het bijzonder worden getroffen door klimaatkwetsbaarheid, biodiversiteitsverlies en/of toekomstige pandemieën. Ten slotte zou de raad kunnen samenwerken met het IMF om meer rekening te kunnen houden met risicoʼs in verband met klimaat, biodiversiteit en voedsel- en landgebruiksystemen in het kader van het reguliere artikel IV-overleg van het Fonds met de lidstaten.
De FSSB zou kunnen bestaan uit relevante nationale vertegenwoordigers van de ministeries van Landbouw en Plattelandszaken, Handel en Commercie, Volksgezondheid, Milieu en Financiën, alsook uit internationale normstellers en vooraanstaande wetenschappers op het gebied van de risicoʼs van de mondiale voedselsystemen. Net als bij de FSB zouden de lidstaten, met inbegrip van de regeringsleiders, de ministers van Financiën en andere portefeuillehouders, tot de doelgroep van de instelling behoren.
De huidige afwezigheid van een FSSB is een opmerkelijke lacune in de internationale bestuursstructuur die nodig is om de duurzaamheid, rechtvaardigheid en veerkracht van het mondiale voedselsysteem in de 21e eeuw en daarna te versterken. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN en de VN-top over voedselsystemen – die beide in september plaatsvinden – zouden de regeringen kunnen afspreken een consultatieproces van een jaar op gang te brengen om de oprichting van een dergelijk orgaan te onderzoeken. Op die manier zouden zij kunnen bijdragen aan een betere toekomst voor honderden miljoenen kwetsbare mensen – en zouden zij de toegang tot voedsel en voedselzekerheid voor iedereen kunnen waarborgen.
Vertaling: Menno Grootveld