ROME – De mensheid koerst af op toenemend gevaar. De klimaatverandering versnelt; de biodiversiteit keldert; de honger en extreme armoede nemen toe; en de kloof tussen arm en rijk wordt steeds breder. Deze trends bedreigen niet alleen de gezondheid en de bestaansmiddelen van de mens, maar ook de vrede en de stabiliteit in de wereld. Om deze trends om te buigen moeten we gezamenlijk de systemen waarvan we allemaal afhankelijk zijn, opnieuw opbouwen en zelfs verbeteren, te beginnen met het mondiale voedselsysteem.
Zelfs vóór de pandemie werden onze voedselsystemen al verstoord door steeds heviger en frequenter optredende extreme weersomstandigheden, zoals droogte, en door de afnemende biodiversiteit. Maar die systemen droegen ook bij aan deze verstoringen, omdat de manier waarop wij voedsel produceren en distribueren goed is voor ruim 30 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel in het klimaatverdrag van Parijs van 2015 doelstellingen zijn opgenomen om deze uitstoot te verminderen, ligt de wereld momenteel niet op schema om deze doelstellingen te halen.
Daarnaast hebben de lidstaten van de Verenigde Naties in 2015 ingestemd met de duurzame ontwikkelingsdoelstelling om tegen 2030 een einde te maken aan de honger, de voeding te verbeteren en voedselzekerheid te bereiken (SDG 2). Toch neemt de honger al vijf jaar toe – een trend die door de COVID-19-pandemie aanzienlijk is versneld. In 2019 leden naar schatting 690 miljoen mensen honger, tien miljoen meer dan in 2018 en 60 miljoen meer sinds SDG 2 werd aangenomen. En ten minste drie miljard mensen kunnen zich geen gezonde voeding veroorloven. Vandaag staan 41 miljoen mensen op de rand van de hongersnood.
Ook de bestaansmiddelen op het platteland staan onder zware druk. Kleinschalige boeren produceren de helft van ’s werelds voedselcalorieën en zijn van cruciaal belang voor de voedselzekerheid van huishoudens en gemeenschappen. Toch leven miljoenen kleinschalige producenten en landarbeiders in de ontwikkelingslanden in armoede.
De pandemie biedt ons een waardevolle kans om de wereldvoedselsystemen te heroverwegen, zodat ze de wereldbevolking – die in 2050 naar verwachting 9,7 miljard mensen zal tellen – kunnen voeden, en kleine boeren nu en in de toekomst een fatsoenlijk bestaan kunnen bieden. Elke blauwdruk voor dergelijke systemen moet duurzaamheid en rechtvaardigheid als basis hebben en de plattelandsbevolking in het middelpunt plaatsen.
Volgens de Food and Land Use Coalition, die in 2017 is opgericht door vooraanstaande NGOʼs en belangenorganisaties, kan de wereld binnen slechts tien jaar aanzienlijke vooruitgang boeken. Een gecoördineerde hervormingsagenda om voedselsystemen te transformeren zou tot 30 procent van de emissiereducties kunnen opleveren die nodig zijn om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen, terwijl de ondervoeding grotendeels wordt uitgebannen, de inkomensgroei voor de onderste 20 procent van de plattelandsbevolking wordt versneld en de voedselzekerheid aanzienlijk wordt vergroot.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Natuurlijk zou dit alles geld kosten – naar schatting 300-350 miljard dollar per jaar tot 2030. Maar het lijdt geen twijfel dat het geld goed besteed zou zijn: een investering van minder dan 0,5 procent van het mondiale bbp zou een maatschappelijk rendement van ongeveer 5,7 biljoen dollar per jaar opleveren.
Schattingen van Ceres2030, een internationaal onderzoeksproject dat vooruitgang wil boeken op weg naar SDG 2, schetsen een vergelijkbaar beeld. Zij laten zien dat voor het beëindigen van de honger, het verdubbelen van de inkomens van kleinschalige boeren en het beperken van de landbouwemissies in overeenstemming met het klimaatverdrag van Parijs, een verdubbeling nodig zal zijn van het bedrag dat de donorregeringen momenteel tot 2030 uittrekken voor voedselzekerheid en voeding – gemiddeld 14 miljard dollar extra per jaar. Lage- en middeninkomenslanden zouden ook nog eens 19 miljard dollar per jaar uit hun eigen begroting moeten bijdragen.
Om het effect van dit geld zo groot mogelijk te maken, moeten deze middelen rechtstreeks naar de plattelandsbevolking stromen. En ze moeten worden aangevuld met inspanningen om de armen op het platteland in staat te stellen economische kansen te grijpen, niet alleen in de voedselproductie, maar in de hele voedselwaardeketen, zoals in de verwerking, de verpakking, de marketing en de dienstverlening aan de plattelandseconomie.
Naast officiële hulp moeten publieke ontwikkelingsbanken hun financiering – die 10 procent van alle mondiale investeringen vertegenwoordigt – beter afstemmen op het klimaatverdrag van Parijs en de SDGʼs. En de particuliere sector moet van zijn kant meer investeren in duurzame en rechtvaardige voedselsystemen. Zinvolle partnerschappen tussen kleinschalige boeren en grotere agrobedrijven zullen essentieel zijn.
Er moeten ook innovatieve financiële oplossingen worden ontwikkeld om investeringen in plattelandsgebieden te stimuleren. De explosieve vraag naar impact-investeringsinstrumenten bewijst dat dergelijke oplossingen een verschil kunnen maken.
Tegelijkertijd moet de plattelandsbevolking veel makkelijker toegang krijgen tot gerichte financiële diensten, zodat zij kan sparen, investeren en zichzelf de middelen kan geven om in haar levensonderhoud te voorzien. Dit vergt een grote inspanning van de financiële instellingen: momenteel heeft slechts ongeveer 60 procent van de plattelandsbevolking toegang tot een bankrekening, maar dit vertaalt zich niet noodzakelijkerwijs in het gebruik van spaar- of kredietdiensten.
Het goede nieuws is dat de wereld wakker begint te worden en het belang inziet van investeringen in duurzaamheid. Regeringen zijn al begonnen met het ʻvergroenenʼ van hun overheidsuitgaven, en bedrijven passen langzaam hun bedrijfsmodellen aan – met inbegrip van hun inkoopbeslissingen – om deze af te stemmen op duurzaamheidsvereisten. Nu moeten we op deze trends inspelen om veel meer investeringen te richten op het opbouwen van kennisgebaseerde, klimaatbestendige, gediversifieerde en rechtvaardige landbouwsystemen in ontwikkelingslanden.
De komende Food Systems Summit, die door VN-secretaris-generaal António Guterres is bijeengeroepen, biedt een cruciale kans om dit proces op gang te brengen. Voor de allereerste keer komen regeringen, boeren, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit de hele wereld samen om te praten over hoe we de manier waarop we voedsel verbouwen, verwerken en consumeren kunnen veranderen. Tijdens de top moeten deze discussies uitmonden in concrete toezeggingen van alle relevante actoren bij elke stap van dit proces, van boer tot bord.
We kunnen voedselsystemen opbouwen die een wereldbevolking van 9,7 miljard mensen kunnen voeden. We kunnen systemen opbouwen die werken voor degenen die ze dóen werken, van de kleinschalige boer tot de supermarktmedewerker. En we kunnen systemen opbouwen die ecologisch duurzaam zijn. Hoe sneller we de uitdaging aangaan, hoe sneller de mensheid een veiliger koers kan gaan varen.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
ROME – De mensheid koerst af op toenemend gevaar. De klimaatverandering versnelt; de biodiversiteit keldert; de honger en extreme armoede nemen toe; en de kloof tussen arm en rijk wordt steeds breder. Deze trends bedreigen niet alleen de gezondheid en de bestaansmiddelen van de mens, maar ook de vrede en de stabiliteit in de wereld. Om deze trends om te buigen moeten we gezamenlijk de systemen waarvan we allemaal afhankelijk zijn, opnieuw opbouwen en zelfs verbeteren, te beginnen met het mondiale voedselsysteem.
Zelfs vóór de pandemie werden onze voedselsystemen al verstoord door steeds heviger en frequenter optredende extreme weersomstandigheden, zoals droogte, en door de afnemende biodiversiteit. Maar die systemen droegen ook bij aan deze verstoringen, omdat de manier waarop wij voedsel produceren en distribueren goed is voor ruim 30 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel in het klimaatverdrag van Parijs van 2015 doelstellingen zijn opgenomen om deze uitstoot te verminderen, ligt de wereld momenteel niet op schema om deze doelstellingen te halen.
Daarnaast hebben de lidstaten van de Verenigde Naties in 2015 ingestemd met de duurzame ontwikkelingsdoelstelling om tegen 2030 een einde te maken aan de honger, de voeding te verbeteren en voedselzekerheid te bereiken (SDG 2). Toch neemt de honger al vijf jaar toe – een trend die door de COVID-19-pandemie aanzienlijk is versneld. In 2019 leden naar schatting 690 miljoen mensen honger, tien miljoen meer dan in 2018 en 60 miljoen meer sinds SDG 2 werd aangenomen. En ten minste drie miljard mensen kunnen zich geen gezonde voeding veroorloven. Vandaag staan 41 miljoen mensen op de rand van de hongersnood.
Ook de bestaansmiddelen op het platteland staan onder zware druk. Kleinschalige boeren produceren de helft van ’s werelds voedselcalorieën en zijn van cruciaal belang voor de voedselzekerheid van huishoudens en gemeenschappen. Toch leven miljoenen kleinschalige producenten en landarbeiders in de ontwikkelingslanden in armoede.
De pandemie biedt ons een waardevolle kans om de wereldvoedselsystemen te heroverwegen, zodat ze de wereldbevolking – die in 2050 naar verwachting 9,7 miljard mensen zal tellen – kunnen voeden, en kleine boeren nu en in de toekomst een fatsoenlijk bestaan kunnen bieden. Elke blauwdruk voor dergelijke systemen moet duurzaamheid en rechtvaardigheid als basis hebben en de plattelandsbevolking in het middelpunt plaatsen.
Volgens de Food and Land Use Coalition, die in 2017 is opgericht door vooraanstaande NGOʼs en belangenorganisaties, kan de wereld binnen slechts tien jaar aanzienlijke vooruitgang boeken. Een gecoördineerde hervormingsagenda om voedselsystemen te transformeren zou tot 30 procent van de emissiereducties kunnen opleveren die nodig zijn om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen, terwijl de ondervoeding grotendeels wordt uitgebannen, de inkomensgroei voor de onderste 20 procent van de plattelandsbevolking wordt versneld en de voedselzekerheid aanzienlijk wordt vergroot.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Natuurlijk zou dit alles geld kosten – naar schatting 300-350 miljard dollar per jaar tot 2030. Maar het lijdt geen twijfel dat het geld goed besteed zou zijn: een investering van minder dan 0,5 procent van het mondiale bbp zou een maatschappelijk rendement van ongeveer 5,7 biljoen dollar per jaar opleveren.
Schattingen van Ceres2030, een internationaal onderzoeksproject dat vooruitgang wil boeken op weg naar SDG 2, schetsen een vergelijkbaar beeld. Zij laten zien dat voor het beëindigen van de honger, het verdubbelen van de inkomens van kleinschalige boeren en het beperken van de landbouwemissies in overeenstemming met het klimaatverdrag van Parijs, een verdubbeling nodig zal zijn van het bedrag dat de donorregeringen momenteel tot 2030 uittrekken voor voedselzekerheid en voeding – gemiddeld 14 miljard dollar extra per jaar. Lage- en middeninkomenslanden zouden ook nog eens 19 miljard dollar per jaar uit hun eigen begroting moeten bijdragen.
Om het effect van dit geld zo groot mogelijk te maken, moeten deze middelen rechtstreeks naar de plattelandsbevolking stromen. En ze moeten worden aangevuld met inspanningen om de armen op het platteland in staat te stellen economische kansen te grijpen, niet alleen in de voedselproductie, maar in de hele voedselwaardeketen, zoals in de verwerking, de verpakking, de marketing en de dienstverlening aan de plattelandseconomie.
Naast officiële hulp moeten publieke ontwikkelingsbanken hun financiering – die 10 procent van alle mondiale investeringen vertegenwoordigt – beter afstemmen op het klimaatverdrag van Parijs en de SDGʼs. En de particuliere sector moet van zijn kant meer investeren in duurzame en rechtvaardige voedselsystemen. Zinvolle partnerschappen tussen kleinschalige boeren en grotere agrobedrijven zullen essentieel zijn.
Er moeten ook innovatieve financiële oplossingen worden ontwikkeld om investeringen in plattelandsgebieden te stimuleren. De explosieve vraag naar impact-investeringsinstrumenten bewijst dat dergelijke oplossingen een verschil kunnen maken.
Tegelijkertijd moet de plattelandsbevolking veel makkelijker toegang krijgen tot gerichte financiële diensten, zodat zij kan sparen, investeren en zichzelf de middelen kan geven om in haar levensonderhoud te voorzien. Dit vergt een grote inspanning van de financiële instellingen: momenteel heeft slechts ongeveer 60 procent van de plattelandsbevolking toegang tot een bankrekening, maar dit vertaalt zich niet noodzakelijkerwijs in het gebruik van spaar- of kredietdiensten.
Het goede nieuws is dat de wereld wakker begint te worden en het belang inziet van investeringen in duurzaamheid. Regeringen zijn al begonnen met het ʻvergroenenʼ van hun overheidsuitgaven, en bedrijven passen langzaam hun bedrijfsmodellen aan – met inbegrip van hun inkoopbeslissingen – om deze af te stemmen op duurzaamheidsvereisten. Nu moeten we op deze trends inspelen om veel meer investeringen te richten op het opbouwen van kennisgebaseerde, klimaatbestendige, gediversifieerde en rechtvaardige landbouwsystemen in ontwikkelingslanden.
De komende Food Systems Summit, die door VN-secretaris-generaal António Guterres is bijeengeroepen, biedt een cruciale kans om dit proces op gang te brengen. Voor de allereerste keer komen regeringen, boeren, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit de hele wereld samen om te praten over hoe we de manier waarop we voedsel verbouwen, verwerken en consumeren kunnen veranderen. Tijdens de top moeten deze discussies uitmonden in concrete toezeggingen van alle relevante actoren bij elke stap van dit proces, van boer tot bord.
We kunnen voedselsystemen opbouwen die een wereldbevolking van 9,7 miljard mensen kunnen voeden. We kunnen systemen opbouwen die werken voor degenen die ze dóen werken, van de kleinschalige boer tot de supermarktmedewerker. En we kunnen systemen opbouwen die ecologisch duurzaam zijn. Hoe sneller we de uitdaging aangaan, hoe sneller de mensheid een veiliger koers kan gaan varen.
Vertaling: Menno Grootveld